vrijdag, oktober 07, 2005

Het scheppingsverhaal volgens OverdooS

In den beginne was er niets, helemaal niets. ‘t Is te zeggen... niets dat we met ons huidige taalgebruik kunnen definiëren of waar onze maatschappelijke visie iets over kwijt kan. Doch dit geheel terzijde.
In den beginne was er niets en daarna begon het niets geleidelijk aan samen te trekken tot een paar kluiten die rondzweefden in een grote zee 'nog minder dan niets'. Op een dag ontstond op een van die kluiten iets anders dan er gewoonlijk geweest was... het was god.
En god was een idioot gelijk een ander. Nee, wacht, ik ben even mis... er was nog geen ander. Nu goed, god was dus een idioot. Hij zag er niet alleen belachelijk uit naar moderne maatstaven, hij zou nu ook als compleet wereldvreemd en achterlijk beschouwd worden. Had hij veel geld gehad, de mensen zouden hem 'excentriek' noemen, maar er was nog geen geld, dus had hij er zeker niet veel van.
Waar was ik gebleven... Aha... bij god dus.
Op een dag had god er genoeg van om met gesloten ogen rond te lopen en zo over alles te struikelen op de kluit waar hij op ronddwaalde en hij nam de gewichtige beslissing zijn ogen te openen. Het ging bijna vanzelf en god was zo tevreden over zichzelf dat hij dit moment DAG 1 zou noemen. De dag van de EERSTE GROTE BESLISSING! En zo kwam het dus dat god op de eerste dag het licht en het donker schiep (en dus ook de dag en de nacht, begrippen die hij voor de lol uitvond)!
Nadat god het licht even beu was, deed hij voor geruime tijd zijn ogen weer toe en het werd donker... toen hij zijn ogen weer opende was het weer licht en besloot hij dan maar dat hij dit vanaf toen DAG 2 zou noemen. Ongelofelijk maar waar... op DAG 2 schiep god de numerieke volgorde! Hoewel het een belangrijke schepping was, besteede hijzelf er maar weinig aandacht aan en dat zouden de geschiedschrijvers na hem ook doen. God was immers nog niet moe en daarom besloot hij iets te doen met het slijk waarin zijn voeten steeds maar wegzonken. Hij zocht harde stukken en smeet die op een hoop net zolang tot ze boven de drek uitstaken. Hiermee ging hij door tot hij zo moe was dat hij maar nauwelijks zijn ogen kon openhouden. Uitgeput maar zeer tevreden plantte hij zijn kont (‘wat een grappig woord’ zou hij zelf gevonden hebben) op een droog stukje en prevelde... Op de 2e dag schiep god het land en de zee en het taalgebruik. Een mooi resultaat voor een dag! Meteen daarna viel hij in een diepe slaap. Ergens in de loop van DAG 3 werd god wakker, vervloekte zichzelf dat het al zo laat was en liep rond op het droge stuk dat hij gemaakt had. Al snel werd hij weer rustig als hij het goede zag dat hij gedaan had. Helaas begon hij zich knap eenzaam te voelen en daarom ging hij naar ‘den aldi in the sky’. Hij kocht er zaadjes en allerhande dieren die hij om een of andere reden leuk vond of die hij er gratis bijkreeg (jawel... een hele lintworm) of waar hij maar niet meer vanaf leek te komen (hallo vlooitjes!). Naast al die zaken kocht hij ook een geinig boekje dat hij terstond ‘dagboek’ doopte. God haaste zich naar zijn droog stukje en begon te boeren. Hij zaaide zijn zaad en kweekte met zijn dieren tot hij geen pap meer kon zeggen. Tevreden sloot hij zijn ogen nadat hij vol fierheid in zijn dagboek neerpende: 'Op de 3e dag schiep god de planten en de dieren'.
De dag erna werd god wakker met een vreemd knagend gevoel in zijn buik en hij noemde het 'honger'. Gewoon zomaar. Hij vond dat woord wel lekker bekken. Honderden keren na elkaar bleef hij het herhalen. Op allerhande tonen en maten. Honger honger honger honger... zijn beesten werden er gek van en sommigen onder hen kwamen openlijk in opstand. Dit pikte god niet en hij sloeg de opstandige beesten dood.
Omdat hij dat uiteindelijk toch maar een beetje onozel van zichzelf vond, en schrik kreeg van wat de andere dieren daarvan dan wel zouden vinden besloot hij de dode dieren weg te ruimen. Opeten leek hem wel een goed idee. Hij zocht wat dingen bij elkaar, schiep en passant even het vuur en kookte dat het een lieve lust was. Toen alle dode beesten opgebruikt waren brouwde hij nog snel enkele drankjes en hij serveerde alles zo uitgekiend mogelijk bij elkaar. Hij ontdekte dat zijn honger overging terwijl hij zijn eten en drank binnenwerkte en toen hij tenslotte overvol achterover viel (hij kon echt niet meer blijven zitten van de zattigheid) lalde hij tegen het 'nog-minder-dan-niets': De 4e dag schiep god het menu-met-aangepaste-wijn!. Laat dat me maar ooit iemand verbeteren!
Ook op de 5e en de 6e dag schiep god nog vanalles, maar hij kan zich met de beste wil van de wereld niet meer herinneren wat dat dan wel moge geweest zijn en laat ons eerlijk zijn... het is een hoop rommel bij elkaar. Omdat hij het plekje waar hij eens zo gelukkig was intussen door zijn zatheid in zo'n puinhoop had herschapen besloot god trouwens te staken op de 7e dag en zo, beste lezer, bewijs ik maar even dat andere geschiedschrijvers het niet altijd bij het rechte eind hebben. God ruste immers niet op de 7e dag, hij schiep de staking en dat, dat is heel wat anders...

0 reacties:

 
Template design by OverdooS